437 NAAR ISRAËL

ThP 230531 De eerste blik op Israël vanuit het vliegtuig.
ThP 230531 De eerste blik op Israël vanuit het vliegtuig.

ONVOLDOENDE VOORBEREIDING

Thea-Warrior

 

Ga ik over onze reis naar Israël schrijven? Hoort dit bij Mijn Queeste? Wel gerelateerd, de reis heeft diepe indruk op ons gemaakt en mij en mijn ideeën zeker gevormd, dus ja, ik ga erover schrijven. Het is een zogenaamde fly-drive: van 31 mei tot en met 3 juni 2023 verblijven we in Tiberias aan het Meer van Galilea, in het Prima Galil Hotel. Auto erbij.

 

In Charleroi staat de huisbeheerder slechts met tegenzin de wifi-code af. Hm, de stad herbergt een Sint-Christoffelkerk met een groot mozaïek gewijd aan de Acht Zaligsprekingen uit de Bergrede. Volgens Mattheus 5: 17 vertelt Jezus tijdens de Bergrede: 'Ik ben niet gekomen om de wet of de profeten te ontbinden maar om te vervullen.'

Opvallend, Jezus bouwt voort op, het oude mag gewoon blijven bestaan. Een doordenker, want hij stelt daarmee tevens dat de joodse religie reeds goed genoeg is.

 

Op dinsdag 30 mei blijkt het gezochte café in de buurt niet meer te bestaan. Via omleidingen komen we in het centrum van Charleroi terecht. Oef, parkeren enkel met muntgeld. Ik weet een hele Euromunt op te diepen: goed voor een uur parkeren. Desgevraagd kunnen meerderen geen antwoord geven op de vraag waar zich een geldautomaat bevindt.

 

Op een hoek een mooi pand: Brasserie Le Luxembourg. We besluiten daar te gaan lunchen. Hm, geen drankenkaart op tafel. De bestelling laat lang op zich wachten, waarschijnlijk is het frituurvet voor de portie friet nog niet warm. De geitenkaas- en tonijnsalade zijn uitstekend. Aad wil een boete voorkomen en besluit eerder - terwijl ik nog eet - weg te gaan.

De ober wenst cashgeld. Prima, dan krijg ik munten, dus parkeergeld terug. Dan blijken de vier cappuccino's extreem duur. Ik heb papieren cashgeld maar niet genoeg, dus tot ergernis van de ober pin ik toch om de rekening te betalen. Jammer, geen muntgeld terug. Aangezien parkeren hier voor ons tot de onmogelijkheden lijkt te behoren, gaat de prachtige Sint-Christoffelkerk aan ons voorbij. Een volgende keer eraan denken dat betalen met pin in Europa niet overal zo is ingeburgerd als in Nederland. Terug naar het overnachtingsadres. Met een bezoek aan een bakker en een supermarkt gaat het deze dag verder wel lukken, en de tuin is groot genoeg om tai chi te beoefenen. Gezien de vliegreis morgen gaan we redelijk vroeg naar bed hoewel dat voor een avondmens als ik natuurlijk niet werkt.

 

Iets over drieën is Aad al wakker. Zenuwachtig; hij wil niet te laat op het vliegveld zijn. Eén telefoontje naar de beheerder en hij zet het grote hek voor ons in werking. Parkeren bij het vliegveld van Charleroi is supereenvoudig. Onze tickets en koffers worden gecheckt, maar ik zie verder geen grenscontrole. Het is half vijf in de ochtend en we mogen twee uur en twintig minuten wachten. Slapen gaat niet lukken want de airco in de grote hal maakt een vreselijke herrie.

 

Na het boarden wachten we een etage lager in een redelijk grote hal. Er is een grote groep vriendelijke orthodoxe joden uit Antwerpen. Ze gaan naar een bruiloft in Tel Aviv, maar sommigen bezoeken eerst Jeruzalem. Meerdere mannen hebben lange pijpenkrullen bij hun oren. Op hun hoofden keppeltjes en hele hele hoge zwarte hoeden. Een enkeling draagt een bonthoed; een zogenaamde sjtreimel. Natuurlijk dragen ze gebedsdoeken met lange kwasten; de tsietsiet. De vrouwen dragen sjeitels. Enkele van deze pruiken zijn ronduit verwaarloosd stijf. Is het desinteresse dat sommigen dit kunsthaar zo vreemd op hun hoofd zetten? In het sjamanisme staat haar voor kracht. Wie heeft eigenlijk bedacht dat ze pruiken horen te dragen? 

Verder zit er een groot gezelschap zigeuners. Zijn het Roma? Het is de eerste keer in mijn leven dat ik zulke èchte zigeuners zie. Ze lijken behoorlijk arm en meerderen zijn zeker minder intelligent. Oudere en jongere mannen zijn dronken èn drinken. De vrouwen houden zich afzijdig. Zij dragen meerdere, zeer kleurige, doeken tegelijk. Sommige vrouwen dragen pantoffels.

Terwijl ik met verbazing om me heen kijk, spelen zich in mijn hoofd allerlei taferelen uit Wereldoorlog II af. De voorouders van deze twee groepen zijn toen zonder pardon de concentratiekampen ingejaagd.

 

Plots ontstaat er ruzie onder de jonge zigeunermannen en er keilt een telefoon door de hal. De oudere mannen weten het tumult niet te bedaren. De vrouwen blijven op hun stoelen zitten maar beginnen met luide stemmen te kijven. Een enigszins autistiforme jongeman - niet van de zigeunergroep - raakt volledig in paniek en begint hevig met zijn vuisten in zijn gezicht en op zijn hoofd te slaan. Zijn moeder weet zich geen raad.

Onverwacht snel arriveert luchthavenpolitie en de gezagvoerder. Op slag is er niks meer aan de hand. 'De wet' sommeert de groep te blijven zitten zodat ze als laatste - begeleid - aan boord kunnen gaan. Iedereen gaat netjes zitten, de rust is terug.

Als we later in het vliegtuig zitten, blijven aan het eind wel veertig stoelen leeg. De zigeuners hebben tickets, zijn door de douane gekomen en hun bagage is ingenomen, maar blijkbaar gaan ze niet mee. Ik ben er naar van. Later vertelt een van mijn zwagers mij dat vliegmaatschappijen dronken passagiers niet hoeven mee te nemen. Kan zijn, maar naar blijft het.

 

De reis naar het vliegveld Ben Gurion van Tel Aviv verloopt verder voorspoedig. Een oudere joodse man ondersteunt op een vriendelijke manier zijn medepassagiers, en mijn buurvrouw prevelt heel wat bladzijden in de Tenach, de Hebreeuwse bijbel.

De landing verloopt soepel, maar bij de douane is het onderscheid groot. Bijna jubelend ontvangt veiligheidspersoneel de orthodoxe joden. Afsluitende linten worden snel losgemaakt en voorkomend - zelfs buigend - worden ze begeleid naar aparte doorgangen. Niks geen controle... het lijkt me een goede smokkelroute.

Wat de gewone Europeanen betreft... ach, soms vertrekken de douaniers gewoon een tijdje om te gaan eten of drinken, of we moeten ons plotseling verplaatsen naar een volgende poort, waardoor we weer verder achteraan in de rij staan. Om geen bagagetoestanden, als niet-aanwezige koffers, te krijgen, hebben we voor deze paar dagen enkel handbagage. Dat scheelt.

 

Het autoverhuurbedrijf Sunny Eldan Cars is vlot gevonden. Er staat een automaat zonder navigatiesysteem klaar. Eh, hoe te starten? We worden netjes geholpen, maar zitten toch met onze handen in ons haar. Is het onze onervarenheid? Israel werkt met Waze om de weg te vinden, maar onze telefoons krijgen geen internet. Als we een oude kabel bij ons zouden hebben, zouden we een telefoon in de auto kunnen aansluiten zodat we die op zijn minst kunnen opladen. Nee dus. Gelukkig hebben we thuis de wegen bestudeerd: 1 - 6 - 77. We moeten naar het noorden! Bij de reisbescheiden zit een heel heel klein kaartje van Israël maar nerveus als ik ondertussen ben, realiseer ik me dit niet meer. 

 

Via de wifi van het verhuurbedrijf lukt het om de route naar Tiberias te bekijken. Hoe groot is Israel eigenlijk? O jee, wat klein, ruim de helft kleiner dan Nederland. De af te leggen afstand bedraagt zo'n 137 kilometer, in anderhalf uur zou dat moeten kunnen. Ons wordt verteld hoe we van de parkeerterreinen kunnen geraken, maar dan blijkt dat de rembekrachtiging veel te strak staat afgesteld. Aad raakt de rem nog maar nauwelijks aan of ik stoot mijn hoofd al hard aan de voorruit.

Na menig rondje, zelfs de medewerkster van het autoverhuurbedrijf rijdt ons een tijdje - telkens remmend - voorzichtig rond, raakt de rem losser en gaan we zenuwachtig op weg. De aangewezen uitgang lijkt een toegang, maar als we de slagbomen heel zachtjes naderen gaan ze toch open! Ben ik te moe? Ik heb al geroepen dat ik weer naar huis wil.