438 TIBERIAS

Israël - Tiberias aan het Meer van Galilea - ThP 230531
Israël - Tiberias aan het Meer van Galilea - ThP 230531

EERSTE KENNISMAKING

Thea-Warrior

 

De vierbaansweg zit overvol en de auto's rijden langzaam. In principe geeft niemand richting aan: de grootste wagen of de brutaalste neemt. Op borden langs de weg een enkele keer een plaatsnaam in het ons bekende arabische schrift, maar de namen zeggen ons niks. Boven de weg heel veel Hebreeuws op de borden: nauwelijks een welkomstgevoel. Israël voelt onvriendelijk aan: 'Geen Hebreeuws, sorry dan.'

Bij een benzinepomp helpt een aardige man ons met zijn wifi. Omdat ik het adres ken, kan ik zien welke weg naar het hotel voert. Ik maak foto's van de routekaart op zijn telefoon. Zo gaat het lukken.

 

Langs de kant van de weg heuvels met hoge flatgebouwen: grote witte betonblokken. Smog hangt in de lucht. Opeens duwt een oude, hoge vrachtwagen ons opzettelijk opzij, maar we kunnen nergens heen en ik gil het uit. Het gaat maar net goed. Waarom is dit? Omdat we buitenlanders zijn? De stickers op onze auto verraden dit wel. Rechts van ons komen kolossale vrachtwagens met een forse tank erop voorbij. Zo komt oorlog wel heel dichtbij.

 

In Tiberias hoef ik maar twee keer de weg te vragen of Hotel Prima Galil is gevonden. Met het langzame verkeer hebben we er dik drie uur langer over gedaan; niet om vier uur 's middags maar ruim na zeven uur 's avonds checken we in. Volgens mij zitten we aan de rand van de orthodox-joodse wijk. Vanuit ons raam op de tiende verdieping is te zien hoe Tiberias tegen een heuvel opklimt. De smog hangt dik in de lucht. De daken zijn bezaaid met schotelantennes en watertanks. In de verte heet het Meer van Galilea ons welkom.

 

Vermoeid als we zijn, zit verkennen van de stad er niet meer in. We lopen de straat af richting het Meer en komen terecht bij het helderverlichte restaurant Simha and Sons Grill. Er heerst een gezellige sfeer, er worden verjaardagen gevierd en mensen lachen en zingen. De humus-kikkererwtenschotel met groenten en sauzen smaakt verrukkelijk. Een tienermeisje, 14-15 jaar, staat de dirigeren en snauwt tegen de jonge, knappe serveersters die hard rondrennen. Ik heb medelijden met allebei, met het meisje omdat ze meent dat ze hiertoe het recht heeft en met de jonge vrouwen omdat ze toch al zo snel lopen. Het kind beseft beslist niet hoe haar agressief-autoritaire houding de uitstraling van het restaurant tekort doet. Het is sneu voor beide partijen en zeker voor het goede restaurant. De vrouwen ontwijken haar blik. Hm, lijkt me wel het verstandigste, maar toch.

 

Mensen bestellen extreem grote hoeveelheden vlees en platte broden. Als ze afrekenen blijft er veel voedsel op de tafels liggen. Is dit normaal? Een teken van rijkdom? Als de mensen naast ons weg zijn, rennen serveersters naar de tafel om het resterende voedsel naar de afwaskeuken te brengen, maar de eerste  neemt de schotels met spiezen - tien minuten terug besteld en niet aangeraakt - mee terug naar de grill. Wat gaat daarmee gebeuren? Worden die opnieuw geserveerd? Zijn die voor het personeel? Worden die op straat opnieuw verkocht voor een kleine prijs? In 1999 heb ik dit laatste in Egypte bij een redelijk chique hotel meegemaakt. Restanten van de maaltijden werden in een aanpalende steeg op een lange tafel verkocht aan de bevolking. Soms liggen er nog wel vijf platte broden op een tafel. 

 

Als ik wil afrekenen brengt de serveerster de rekening, maar dan komt tot mijn verbazing de tiener om af te rekenen. Hè, is de fooi voor haar? Ik rond ruim naar boven af maar het meisje loopt zichtbaar verbouwereerd weg. Ik vraag me af of de serveersters leven van de fooien, dus als onze serveerster komt, zet ik nog eens vijftien procent extra bovenop het afgeronde bedrag. Als ze terugkomt met mijn creditcard heeft ze tranen in haar ogen. We hebben geen grote gehakt- of kipspiezen besteld, maar vegetarisch gegeten... is dat het? Heeft ze op haar donder gekregen? Is onze rekening te laag? Ik begrijp er niks van. Als we wegwandelen staat onze serveerster buiten vermoeid een sigaret te roken. Terug in het hotel rollen Aad en ik ons bed in.

 

---> 439 CAPHARNAUM I - Incarneren en Reïncarnaties

---> LIEFDE 2026 ISRAËL Inhoud

---> QUEESTE

---> HOME