181 REIZEN IN DE KERK VAN SANTA CATARINA

Het 'pad' naar de vulkaan San Pedro
Het 'pad' naar de vulkaan San Pedro

DE GESLOTEN HEMELPOORT

Thea-Warrior

 

De wandeling op Eerste Kerstdag is ons goed bevallen. Eigenlijk wil Aad eerst de wandeling van gisteren nog wel afmaken, maar dan besluiten we naar Santa Catarina Palopó te wandelen. 

Deze Tweede Kerstdag is het eveneens verrukkelijk warm. Boven het Heilig Meer is het mistig, toch is het zicht geweldig: de drie vulkanen sieren de rand.

Boven vulkaan San Pedro hangt links en rechts een klein wolkje. Door de weerspiegeling op het water worden daardoor twee lange, witte banen gevormd. Ik wijs Aad erop: Het is alsof er een weg naar de vulkaan toegaat en alsof ik word uitgenodigd die weg te gaan! Ondertussen betreur ik dat ik 'de schedel' niet gefotografeerd heb, van deze kant van het Heilig Meer is er geen 'schedel' te zien. Verdroogd gras en cacteeën staan langs de weg. Met steun van de Europese Unie is rond een vuilnisbelt een ommuring opgetrokken. Blijkbaar wordt het vuilnis in de openlucht verbrand. 

Ik realiseer me dat we nu in de door ons bezochte dorpen een dorp missen dat vernoemd is naar de evangelist San Lucas. Verrassend in deze is dat de kerk van Santa Catarina boven de ingang twee oranje leeuwen kent die samen een blauwe, ovale ring vasthouden (pas weken later realiseer ik me dat leeuwen bij Sint-Marcus horen).

 

De wandeling is vrij lang en ondertussen loopt de temperatuur op, maar in de kerk van Santa Catarina is het verrukkelijk koel. Er zitten meerdere families en vrouwen lopen naar voren om Jezus in zijn kribbetje te kussen. De vrouwen dragen de schitterende, blauwgroene dracht van Santa Catarina. De afgelopen nacht heb ik bedacht dat ik vandaag ga proberen te reizen om te bedanken, tenslotte schaam ik me dat ik niet meer naar de Ceiba heb gereisd en dus ga ik met deze intentie in een kerkbank zitten.

 

Ik sluit mijn ogen en terwijl ik God bedank voor alles wat wij hebben, zien en ontmoeten, raak ik inderdaad in de andere werelden. De uitnodigende, witte wolkenbanen van de vulkaan San Pedro doen blijkbaar hun werk en ik bedenk me dat als je een boom kunt ontmoeten dat het dan ook mogelijk moet zijn een vulkaan te ontmoeten. Waar zou de ingang zijn?

Ik besluit het te proberen in de katholieke kerk van San Pedro, tenslotte zal die wel op een kruispunt van sterke energielijnen in aarde liggen. Ik raak via een soort onderaardse ruimte midden in de kerk inderdaad in het binnenste van de Aarde. Ik kom in het vuur, in lava, terecht.

Het is niet erg, datgene dat je zelf bent, daar ben je niet bang voor: ik ben Vuur.

Terwijl ik daar ben, wordt me duidelijk gemaakt dat ik de verkeerde ingang heb gekozen om San Pedro te ontmoeten. Vanuit het perspectief horend bij Thea in Panajachel zie ik de vulkaan San Pedro liggen aan het meer van Atitlan. Het is alsof er een hele grote schelp over de vulkaan heen ligt, een beschermende schelp, en de vulkaan zelf is als een parel in de schelp.

Dan ervaar ik-Thea-Vuur mezelf als een vurige wind uit de kerk van San Pedro gaan. Ik vlieg met een boog richting meer en ga de flank van de vulkaan binnen door het rechteroog uit de schedel.

Inderdaad, het rechteroog!

Verbouwereerd stel ik in mezelf vast dat dit het dus was waarop de schone jongeling in de Ceiba duidde, verward baal ik heel diep in mezelf nog sterker van de niet-genomen foto. Via een grijs-zwart zuigend gat ga ik de vulkaan in.

Er is een korte gang. Aan de rechterkant van de gang zie ik even een oude man, gekleed in zwarte katoen. Hij draagt een brede, iets te korte, broek. Het is een beetje Chinees-achtige kledij en heel even denk ik aan het Chinees uitziende meisje dat in een vorige reis bij de stam van de Ceiba stond. Er staan ook wat Chinees aandoende meubels, de man lijkt iets op te ruimen, ik zie geen papieren, maar het betreft wel een soort boekhouding. Hij merkt mij niet op, maar loopt heen en weer tussen de meubels.

Ik vraag herhaald naar San Pedro. En vraag me af of deze man San Pedro is.

Wij maken geen contact, ik zie hem tenslotte ook maar heel kort.

Dan kijk ik als het ware in het heelal. Ik zie vrouwen in de een of andere traditionele kledij. Het lijkt op de Guatemalteekse Maya-kledij, maar er zit veel meer rood in. Op hun hoofd dragen ze kleine, hele platte, gevlochten hoedjes. Soort riet of boomwortel of zo, ik ken het niet. Er zit geen bolvorm op, het is alsof ze er iets op kunnen dragen.

De vrouwen lopen op een pad van lichte, rozebruine (later denk ik witgele) flagstones. De stenen zijn ongelijk van vorm, het is een mooi, redelijk breed pad; bijna twee meter breed. Ik zie geen berg en ook geen afgrond, want het pad gaat de kosmos in. Toch is het alsof links een bergwand is en rechts een diepe afgrond. Aan de rechterkant kent het pad in elk geval een heuphoge afscheiding van dezelfde kleur stenen. Ik denk aan de Chinese Muur... alweer Chinees, het pad heeft er wat van weg.

De vrouwen lopen omhoog en ik loop achter hen aan, want dat lijkt de bedoeling te zijn. Ik vraag herhaald naar Vulcano San Pedro.

Dan komt de groep bij een poort. Twee grote, hoge deuren sluiten het pad af. Links en rechts staan vierkante zuilen, waaraan de deuren zijn opgehangen en boven de deuren is een soort dak met uitstekende punten opzij. Een beetje pagode-achtig, alweer Chinees. De deuren zijn op slot en er is blijkbaar geen sleutel. De vrouwen staan ervoor, sommigen zoeken wat, niemand weet precies wat te doen. 

Dan hoor ik een stem: If you know the Spanish word for key, you'll know what the key is, and where you'll have to look for it.

Tja, de reis geschiedt in het Engels, maar het Spaanse woord voor sleutel is me niet bekend.

 

Drie vulkanen vormen de sierrand rond het Heilig Meer Atitlán.
Drie vulkanen vormen de sierrand rond het Heilig Meer Atitlán.

Dan is de reis afgelopen. Ik open de ogen en zit samen met Aad in een verder lege kerk. Ik ben ver weg geweest want ik heb geen geluiden in de gewone wereld gehoord, terwijl er toch veel mensen de kerk zijn uitgegaan.

"Heb je gemediteerd?", vraagt Aad. Ik knik.

 

Het is al met al een prachtige combinatie: San Pedro - de heilige Petrus - is de bewaker van de hemelpoort, niet voor niks wordt hij afgebeeld met een sleutel! En dan die man die notities aan het opruimen was, volgens mij noteert Sint-Petrus ook de zonden en goede daden van de mensen, die bepalen of je de hemelpoort door mag gaan of niet. Tja, het woord voor sleutel zal ik moeten gaan zoeken, we hebben geen woordenboeken bij ons, maar een Spaans-Engels woordenboek is misschien in een boekhandel voorhanden.

 

Nu  - 16 februari 2021 - kijk ik wat anders naar de Hemelpoort; die Poort is tegenwoordig open voor iedereen. Sint-Petrus houdt geen 'score' meer bij; dat is verleden tijd. Ieder mens kan door de Poort gaan. De mensen bepalen zelf of ze het vooraf afgesproken doel gehaald hebben, en tevens in hoeverre ze kwaadwillend of kwaadaardig zijn geweest. Een ding is gegarandeerd zeker: achter de Hemelpoort geldt EERLIJKHEID.

Terugkijkend weet ik dat de Waai van mij als Vurige-Wind uit de kerk van San Pedro naar het Rechteroog van de Schedel op de Vulkaanhelling overeenkomt met de Waai die ik - in december 2020 tijdens het schrijven op Levendweb over de energielijnen en raadsels in Tournai/ Doornik - maak van het Bisschopsplein aldaar naar binnen de Cathédrale Notre-Dame in: naar het oksaal met het Roosvenster met de Zestien Profeten in de Westfaçade. Een Waai waarna ik inhoudelijk over de zestien profeten moest gaan schrijven.

Dat beide onverwachte Waaien overeenkomen, vormt de basis - de grond - voor de enorme omweg naar Guatemala en mijn reizen en ervaringen daar, ondermeer die rond het Heilig Meer van Atitlán.

 

Er is nog een tweede reden voor die toevoeging, voor die verhaallus...