26 NIJMEGEN - EEN GEKOESTERDE SCHAT

HET RAADSEL VAN NIJMEGEN

Thea-Warrior

 

Het raadsel is zo aantrekkelijk dat het door de eeuwen heen op meerdere manieren en met gebruik van verschillende materialen is vastgelegd; in schilderijen; in gekleurde gravures (souvenirs!)en op zilveren tabaksdozen. In de jaren vijftig van de twintigste eeuw is er zelfs een vloeiblad geproduceerd - romantische herinneringen aan een te volle klas, inktpotjes, kroontjespennen en oefeningen in schoonschrijven. 

Nota bene de afbeeldingen worden groter als je erop klikt.

 

Of het een oorspronkelijk Nijmeegs raadsel is? Zou kunnen, maar met zekerheid is dit (nog) niet te beweren.

Het is 'Het Raadsel van Nijmegen' geworden, omdat Pauwels Jansz. van Schoten in 1619 het raadsel op een groot doek geschilderd heeft. Vandaag de dag hangt dit ingelijste doek - zeer moeilijk te fotograferen - nog steeds in de Schepenzaal van het Stadhuis van Nijmegen.

Pauwels van Schoten schildert op het doek een doorkijkje: vanaf het Stadhuis richting Grote Markt, Kerkboog en Stevenskerk. Let op dit perspectief, daar kom ik nog op terug! Al met al lijkt het of de figuur van de oude man op de vloer van de Schepenzaal ligt. Vanwege dit specifieke doorkijkje op het centrum van Nijmegen krijgen schilderij en raadsel, volgens G. Lemmens in zijn artikel 'Het Raadsel van Nijmegen, één van de vele', de naam 'Het Raadsel van Nijmegen'.

 

In de 15e eeuw is het raadsel reeds bekend. Misschien is het wel een opdracht op de Latijnse School geweest, wie zal het zeggen. Daar werden immers vakken gegeven als filosofie/theologie, grammatica (van het Latijn), dialectica en retorica. Er werden jongens opgeleid voor de lagere geestelijkheid of om klerk op het stadhuis of rentmeester te worden. Juridische kennis, van recht en erfrecht, was in elk geval belangrijk.

 

In 1576 heeft een onbekende meester het raadsel vastgelegd in een bijzonder fraai schilderij op een houten paneel. De kleuren spatten van het doek. De figuranten uit het raadsel staan er maniëristisch op: open en spontaan, gracieus gedraaid en elegant gebarend. Armen en handen wijzen alle kanten op. In latere tijden wordt deze manier van schilderen 'gekunsteld' genoemd.

Abusievelijk is het schilderij toegeschreven aan Cornelis Ketel. Inderdaad, pas op met wat je allemaal op het wereldwijde-web aantreft! Hoe dan ook tijdens mijn struintocht op het wereldwijde-web ben ik andere schilders tegengekomen, die volgens mij in aanmerking komen om dit schilderij geschilderd te hebben. Ik weet het... ik ben geen kunsthistoricus, maar denken mag toch wel. Hopelijk krijg ik ooit gelijk van deskundigen.

 

1576 is tamelijk aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). In onze streken zijn kunstenaars zowel op de vlucht als op zoek naar werk. Reizen en werken doen ze vaak samen. Vanwege de reformatie kan de groep waaraan ik denk hun schilderskwaliteiten uiteindelijk beter tot hun recht laten komen in Praag.

In 1598 werken ze samen aan de altaarvleugels in de Allerheiligenkapel van de Burcht van Praag. Het zijn: Hans Vredeman de Vries (1527-1607), Bartholomeus Spranger (1546-1611), Joseph Heinz the Elder (1564-1609) en Hans von Aachen (1552-1611). 

Hans Vredeman de Vries en Hans von Aachen komen volgens mij het meest in aanmerking om twintig jaar eerder het houten paneel met 'Het Raadsel' geschilderd te hebben. De eerste was in 1576 negenenveertig jaar, de tweede pas vierentwintig jaar. 

 

Voor zover ik het kan zien, is er een groep met het basisontwerp van het schilderij uit 1576 bezig geweest. De beelden 'die ik krijg' als ik op het schilderij afstem, ik weet dat dit in de gewone wereld nog weinig geaccepteerd is, tonen mij dat meerdere personen uit bezorgdheid vanwege recente gebeurtenissen het plan oppakken om het schilderij te laten maken. Tot deze groep behoren rijkere, particuliere personen uit Nijmegen: de Burgemeester zit erbij en in elk geval een wijnhandelaar uit de Grotestraat.

 

's Avonds komen ze bij elkaar in de Latijnse School. Mogelijk behoren ze tot een Broederschap. Welke? Misschien de Broederschap van Sint-Michiel. De oude magister Latijn, tevens kanunnik van de Stevenskerk, behoort ook tot de ontwerpersgroep. Gaandeweg plan en ontwerp hebben ze samen veel plezier; ze dagen elkaar uit. Schilderen kunnen ze niet, dus worden er schilders gezocht. Als het schilderij af is, hangt het in de Latijnse School, tegenover de hoofdingang.

Oh, ik het het gecheckt, de kanunniken van de Stevenskerk hebben in deze tijd beslist geen geld, dus zij hebben geen schilderopdracht kunnen geven.

 

Waarom denk ik dat een duo, bovengenoemd duo, het schilderij geschilderd heeft? 

Wel, Hans Vredeman de Vries werkt in zijn architectonische ontwerpen met cartouches met teksten, zoals er op het schilderij ook staan. De in het schilderij gebruikte letters gelijken de letters die hij in 1595 hanteert in zijn gravure 'Het Laboratorium van de Alchemist'. Vanwege deze gravure heeft Vredeman de Vries dus zeker kennis gehad van de geheime leer. In elk geval van de scheikundige stoffen waarmee gewerkt werd en van de spreuken die gehanteerd werden.

 

In 1598 hebben beide 'Hansen' samengewerkt aan het schilderij 'De Verkondiging', dat zich nu in Wenen bevindt. Vredeman de Vries was verantwoordelijk voor het schilderen van de gebouwen (met een geweldig perspectief), von Aachen voor de figuren van Maria en de engel Gabriel.

En Hans von Aachen? Schilder von Aachen kon geweldig figuren schilderen. Zie 'Het Laatste Avondmaal'.

Weliswaar wordt dit schilderij aan de cirkel rond von Aachen toegeschreven, maar meerdere figuren op dit schilderij, Petrus bijvoorbeeld, gelijken op zonen op het schilderij uit 1576.