15 OSNABRÜCK - FELIX-NUSSBAUM-HAUS

DE ZWARTE GODIN

Thea-Warrior

 

Op zondag 27 mei 2018 maakt Marko Pogačnik een opmerking die me goed doet: "Of mensen nu bewust of niet bewust iets met of in een omgeving doen, er zijn Elementaire Wezens (Elementarwesen) die ervoor zorgen dat de kwaliteit van een plek gewoon weer zichtbaar wordt."

 

Om ons een en ander te tonen neemt hij ons mee naar de plek in Osnabrück waarvan hij heeft vastgesteld dat ze toebehoort aan de Zwarte Godin: het Felix-Nussbaum-Haus.

We verzamelen ons bij een grote plataan op de hoek van het nieuwe museum (1998) dat door Daniel Liebeskind is ontworpen. Marko zal toelichten wat we op onze wandeling rond het museum aantreffen.

 

Te beginnen met de plataan, immers deze heeft een grote tak 'die de bocht omgaat', zodat het nieuwe museum daadwerkelijk op deze plaats gebouwd kon worden. Nergens heeft het museum rechte deuren of ramen. Gebouwen staan links en rechts verspreid over het terrein en hoeken van de een zijn in wanden van de ander terechtgekomen alsof tijdens een vernietiging het geheel op deze manier 'gestapeld' is. Volgens Marko horen afwijkende vormen bij de Zwarte Godin. Wat mij betreft ziet het er organisch uit, ik word er blij van.

 

Iets verder daalt een trap onder een overbodige brug door. Ooit was het hier moerassig, nu niet meer. De oude stenen brug is echter niet bezweken onder de vernieuwingsdrift. Het is alsof het begrip 'respect' hier inhoud krijgt. "Deze trap vormt een weg naar de onderwereld, iemand sterft en wordt daarna wedergeboren."

Naar woord dat 'onderwereld'. Zoveel negatieve associaties. Ik gebruik liever 'benedenwereld'. Onder de brug blijken overhuifde opslagruimten verborgen te zijn.

 

Samen met Marko stijgt de deelnemersgroep van de Friedenswerkstatt de aansluitende trap op en komt uit bij een rode muur van schilferige, ooit verbrande, steenblokken. Met piëteit is de muur opgenomen in het nieuwe museum. Iets verderop ligt een driehoekig binnenplein. Tussen omgevallen zuilen, voetstukken en zerken schieten enkele berken omhoog: een ontroerend gezicht. Na de workshop vertelt een passante me dat dit restanten zijn van de in de Kristallnacht (november 1938) uitgebrande synagoge. 

 

Marko memoreert dat de Zwarte Godin weliswaar de (levens-)draad doorknipt, maar dat er altijd hoop is op nieuw leven: de berken illustreren de hoop, zoals het kind op de arm van de Zwarte Godin de hoop symboliseert. Terwijl de Witte Godin bij de sterren en de lente hoort, en de Rode Godin bij de zon en de zomer, maakt de Zwarte Godin (maan, herfst, winter en begin van de lente) de hele boog door: ze gaat onder, doorstaat de wending (Wandlung) en staat weer op! 

Ik fotografeer een van de zerken. Het is net of de Zwarte Godin me aankijkt.

 

Links om de hoek treffen we in grijze steen een reliëf van de twee Giganten aan, tussen hen in het zesspakig rad. De groep gaat rechtsom. Wederom naar een open driehoekig binnenplein. Op de grond ligt een gelijkzijdig stenen kruis, net twee in elkaar geschoven grafkisten. Als we ons rond dit kruis verzameld hebben, stelt Marko: "Het midden is hier weer gevonden." 

  

---> Berichten

---> Index-2018