
VAN KERK EN STRAND NAAR SUPERMARKT
Thea-Warrior
Rondom de Kerk van de acht Zaligsprekingen ligt een prachtige tuin, maar het is veel te bloedheet om daarin rond te wandelen. We besluiten terug te gaan richting Tiberias. Misschien dat we nog ergens kunnen zwemmen.
Nauwelijks onderweg komen we bij het plaatsje Tabgha.
Een bord verwijst naar de Kerk van de Vermenigvuldiging.
Verlangend naar schaduw en koelte gaan we ernaartoe.
Hm, het gebied rond Tabgha met zijn bronnen behoort natuurlijk tot de regio rond Capharnaum waar Jezus heeft gepreekt en zijn wonderen heeft gedaan.
Aan het eind van de vierde eeuw is er in Tabgha een kerk gebouwd. Er wordt een rots vereerd waarop de Jezus het brood zou hebben gelegd. Kan natuurlijk, maar na wat studie thuis lijkt dit me meer een kerk om een gebeurtenis te memoreren, dan de plek waar deze gebeurtenis daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. De kerk is gewijd aan de wonderbare vermenigvuldiging van het brood en van de vissen. Deze gebeurtenis zou net ten westen of net ten oosten van de rivier de Jordaan hebben plaatsgevonden. Noordelijker dus; daar waar de Jordaan in het Meer van Galilea uitmondt.
In het midden van de vijfde eeuw is de kerk voorzien van mozaïeken, waaronder een beroemd mozaïek voor het altaar met een broodmand met vissen ernaast. De huidige, moderne kerk is op de oude fundering gegrondvest maar blijkt op 23 mei 1982 door kardinaal Höffner uit Keulen te zijn ingewijd. Sinds 1939 leven en bidden Benedictijner-monniken in Tabgha.
Binnen is het heerlijk koel, de energie is vrij neutraal. Enkele mannen repareren de oude mozaïekvloeren. Het hoogkoor is natuurlijk niet te betreden. Voor het altaar het beroemde brood-met-vissen-mozaïek, eronder de rots die zo te zien door vele handen is aangeraakt. Hoog in een raam zit aan de binnenkant een duif. Gedachten van en over vrede gaan door me heen. Aan de buitenkant van het raam zit ook een duif, maar het licht buiten is zo fel dat de camera deze duif niet op de foto krijgt. Grappig, licht kan zo fel zijn dan de aardse feiten wel voor de ogen en niet voor een camera zichtbaar zijn. Soms is het andersom.
Lekker afgekoeld gaan we de auto weer in. We rijden langs Magdala. Oh, hier is het museum met de tweeduizend jaar oude boot! Hm, het loopt al tegen vijven, beter morgen of overmorgen. Vanuit de rijdende auto kan ik de steile wand boven Tiberias fotograferen die ik me uit mijn tijd als Petrus herinner. Nabij Bora Bora kunnen we de auto parkeren en terecht op een wild, pittoresk, openbaar strand. Het water in het Meer van Galilea staat hoog, de palmen staan met hun voeten in het water. Blijkbaar is er veel water in het Meer gepompt. Het keitjesstrand is flink vervuild met plastic rommel en de scherpe keitjes doen pijn aan onze voeten. Midden op het meer crossen jetski's doelloos rond in rondjes en veroorzaken (excuseer het woord) een klereherrie. Het geluid galmt tegen de omringende heuvels en bergen op. Onder water moeten de vissen helemaal gestoord raken hiervan. Wie zijn die mensen die menen dat dit hun rechten zijn? Het water zelf is heerlijk koel.
Doodmoe van de hitte van de dag besluiten we om kwart over zes terug te gaan naar het hotel. Uitrusten op bed lijkt een prima manier om de avond door te brengen. Nee, niks dineren; totaal geen honger enkel dorst.
Naast en onder het hotel bevindt zich een grote supermarkt. Gisteren hebben we er al even naar binnen gekeken. We zoeken en vinden brood, sappen, humus en dolma's. Lekker, morgen picknicken. Met de producten in onze handen gaan we bij een kassa staan die bediend wordt door een oudere man. Het is razend druk in de winkel. We wachten, de oudere man is in gesprek met een oudere vrouw. Plotseling gaat hij heel langzaam werken; hij werkt bijna niet meer. De oudere vrouw gaat af en toe de winkel weer in om extra dingen uit schappen te halen, of ze wachten samen op een personeelslid dat gewenste producten in de winkel moet zoeken en moet komen brengen.
De volgende kassa is dicht. Kassa drie en vier lopen wel. We gaan naar de derde kassa. Als we aan de beurt zijn sluit deze kassa. We schuiven door naar de vierde kassa en moeten achteraan aansluiten. De familie vooraan heeft twee winkelkarren waarin de boodschappen torenhoog zijn opgestapeld. Twee kinderen rennen telkens de winkel in om op verzoek van de moeder nog meer boodschappen te halen. Is het voor morgenavond, voor de sabbat? Of slaan ze in voor een kibboets?
Achter deze familie staat een oudere joodse vrouw en dan een orthodox-joodse man met zijn zoon. Vader en zoon vertrekken met hun winkelkar uit de rij en gaan de winkel weer in. Wij sluiten aan achter de oudere joodse vrouw. De oude man van de eerste kassa kan opeens wel normaal werken, en ook bij de derde kassa worden weer klanten geholpen. Als de jonge familie met de volle winkelkarren eindelijk is vertrokken, is de oudere joodse vrouw aan de beurt. De vader met zoon komen achter ons staan. Dan begint de oudere vrouw met misbaar tegen mij, tegen ons, te schelden. Ik versta geen Hebreeuws, maar het is duidelijk onbeschoft. Alle personeelsleden achter de kassa's slaan de ogen neer; ze bewegen nauwelijks. Wil ze niet dat wij geholpen worden? Ik vraag de man achter me of hij misschien bij de oudere vrouw hoort. Hij lacht ingehouden: "Nee, nee, nee."

Na een goede tien minuten luid schelden, houdt ze ermee op. Haar boodschappen zijn ondertussen afgehandeld. Ik vraag me af wat er aan de hand kan zijn. Heeft ze ons horen praten? Denkt ze misschien dat Aad en ik Duitsers zijn? Eerder in mijn leven ben ik in Frankrijk (in 1978) in een etablissement niet bediend omdat ik voor een Duitse werd aangezien. Mijn paspoort is mij daar van dienst, en ik krijg alsnog wat te drinken.
Natuurlijk zijn er na de Tweede Wereldoorlog, eerst in Palestina en later in Israël, vele zwaar getraumatiseerde joodse mensen gaan wonen. Hoe oud zou de vrouw zijn? Vanaf 1945 tot 2023 is 78 jaar. Zo oud zou ze wel kunnen zijn. Ouder misschien? Ik weet het niet, maar als kind van getraumatiseerde ouders kan ze tijdens haar opvoeding nog de nodige trauma's hebben opgelopen. Sommige trauma's werken tenslotte generaties lang door. Onze boodschappen worden afgerekend. Ruim een half uur hebben we voor de kassa's doorgebracht. Fysiek kapot en emotioneel aangeslagen trekken we ons terug op onze hotelkamer.
Later zegt een vriend tegen me: "Thea, je bent daar in een orthodox-joodse wijk in een koosjere supermarkt, misschien heeft ze zich geërgerd aan het feit dat je polsen bloot zijn."
Kan zijn, maar ik kan me niet voorstellen dat in Nederland in een supermarkt iemand spontaan, zonder enige aanleiding, zo enorm tekeer kan gaan tegen een buitenlands echtpaar. In elk geval heb ik dit nog nooit meegemaakt.
Bronnen
- Infoborden in Tabgha.
---> 452 NAZARETH I - Basiliek van de Annunciatie
---> LIEFDE 2026 ISRAËL Inhoud



