
VALIDITEIT EN BETROUWBAARHEID
Thea-Warrior
Na het middagmaal zegt Jezus tot Simon Petrus: "Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij liever dan dezen?"
Petrus zegt tot Hem: "Ja Heer! Gij weet dat ik U liefheb."
Hij zegt tot hem: "Weid Mijn lammeren."
Hij zegt wederom tot hem voor de tweede keer: "Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij lief?"
Petrus zegt tot Hem: "Ja heer! Gij weet dat ik U liefheb."
Hij zegt tot hem: "Hoed Mijn schapen."
Hij zegt tot hem voor de derde keer: "Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij lief?"
Petrus wordt bedroefd omdat Hij voor de derde keer tot hem zegt 'Hebt gij Mij lief?', en hij zegt tot Hem: "Heer, Gij weet alle dingen, Gij weet dat ik U liefheb."
Jezus zegt tot hem: "Weid Mijn schapen. Voorwaar, voorwaar, zeg Ik u: Toen gij jonger waart, hebt gij uzelf geleid en gewandeld overal waar gij wilde, maar wanneer gij oud zult zijn geworden dan zult gij uw handen uitstrekken en een ander zal u leiden en brengen waar gij niet wilt gaan."
En dit heeft Jezus gezegd en het betekent met welke dood hij God zou verheerlijken. En nadat Hij dit heeft gezegd, zegt Hij tot hem: "Volg Mij."
En Petrus, zich omkerend, ziet die discipel volgen, die door Jezus is liefgehad en die tijdens het avondmaal tegen Zijn borst is gevallen en die gezegd heeft: "Heer, wie is het, die U zal verraden?"
Als Petrus deze discipel ziet, zegt hij tot Jezus: "Heer, maar wat zal deze?"
Jezus zegt tot hem: "Indien ik wil dat hij blijft totdat ik kom, wat gaat het u aan? Volgt gij Mij."
Dit woord dan ging uit onder de broeders dat deze discipel niet zou sterven. En Jezus heeft niet tot hem gezegd dat hij niet zou sterven maar: "Indien ik wil dat hij blijft totdat ik kom, wat gaat het u aan?"
Het is de betreffende discipel die van deze dingen getuigt en deze dingen heeft geschreven, en wij weten, dat zijn getuigenis waarachtig is. Er zijn nog vele andere dingen, die Jezus heeft gedaan, zo zij elk specifiek beschreven zouden worden, ik acht, dat ook de wereld zelf de geschreven boeken niet zou bevatten. Amen.
Tsjah, tot zover Johannes 21. Drie keer heeft Petrus Jezus in Jeruzalem verraden, drie keer heeft de haan gekraaid; elke keer als Petrus ontkent dat hij de gekruisigde Jezus kent. Nu, na zijn dood, vraagt Jezus na het Middagmaal drie keer of Petrus hem liefheeft. Het lijkt bewust passend, maar tegelijkertijd houdt drie keer dezelfde vraag met drie keer een positief antwoord in principe een officiële overdracht in. Volgens Johannes krijgt Petrus hier de taak om de kudde van Jezus te leiden.
Hm, dit doet mij opnieuw denken aan het 'binden en ontbinden'. In principe is wettelijk verboden 'datgene dat gebonden is' en 'datgene wat ontbonden is', is in principe toegestaan. Als het binden en ontbinden op deze manier dient te worden geïnterpreteerd, dan heeft het binden en ontbinden minder met vergeving van zonden te maken, maar meer met wie de richtlijnen voor de volgelingen - de kerk - van Jezus mag opstellen. Hoe dan ook, voor zover ik weet, zijn het niet de apostelen geweest die de biecht ter vergeving van de zonden hebben geïntroduceerd.
De zin Jezus' mond: '...maar wanneer gij oud zult zijn geworden dan zult gij uw handen uitstrekken en een ander zal u leiden en brengen waar gij niet wilt gaan...' lijkt te voorspellen op welke manier Petrus aan zijn einde zal komen.
Hoe ik hierop kom? Wel, volgens de legende 'Quo vadis' ontmoet Petrus tijdens zijn vlucht uit Rome op de Via Appia de opgestane Jezus. Petrus vraagt: "Domine, quo vadis?" ofwel "Heer, waar gaat u heen?"
Jezus antwoordt dat hij naar Rome gaat om opnieuw te worden gekruisigd. Hierop keert Petrus op zijn schreden terug om in Rome zijn lot te aanvaarden. Hij sterft er de marteldood; wordt in het Circus van keizer Nero ondersteboven gekruisigd.
Als de Verschijningen die in Johannes 20 en 21 de waarheid vormen, dan doet Jezus hier voor Petrus een voorspelling, indien het verzinsels zijn van een schrijver uit een latere eeuw dan legt die schrijver Jezus woorden in de mond uit een verhaal dat hem bekend kan zijn. Het is best vreemd (want uitleggen gebeurt normaliter op een later tijdstip) dat de schrijver binnen het verhaal uitlegt wat de woorden van Jezus betekenen: '... en het betekent met welke dood hij God zou verheerlijken'.
Dan zit er een breuk in het verhaal, want nadat Jezus tot Petrus heeft gesproken, staat er: ... zegt Hij tot hem: "Volg Mij."
Maar deze hem heeft plotseling geen betrekking meer op Petrus maar is blijkbaar Johannes de geliefde discipel, tevens schrijver van Johannes 20-21. Blijkbaar begrijpt Petrus deze opmerking van Jezus tot Zijn geliefde leerling - Johannes - niet geheel. Volgens Johannes reageert Jezus hierop heel afwijzend: "... wat gaat het u aan?"
Hier voert de schrijver een bijzonder onaardige Jezus op. De broeders begrijpen de gemaakte opmerking ook niet geheel want zij suggereren dat de geliefde discipel - Johannes dus - niet zal sterven. Blijkbaar is dit niet de juiste interpretatie van "Indien ik wil dat hij blijft totdat ik kom, wat gaat het u aan?"
Eerlijk gezegd heb ik weinig idee wat deze zin dan wel betekent; een suggestie van continue reïncarnatie?
Johannes introduceert vervolgens een algemeen excuus voor mensen die iets niet begrijpen, want 'Jezus heeft nog zoveel andere dingen gedaan... als die beschreven zouden zijn dan zou de wereld die gebeurtenissen ook niet begrijpen.'
Tsjah, de schrijver en geliefde discipel Johannes stelt zich hier ernstig hautain op. Zo te lezen begrijpt hij de niet-vertelde gebeurtenissen zelf wel, maar de wereld zou de boeken over die niet-beschreven gebeurtenissen niet kunnen bevatten. Behoorlijk denigrerend naar andere mensen toe.
Het verwijzen naar gebeurtenissen die niet zijn beschreven vind ik al redelijk irritant. Johannes doet dit reeds eerder bij de Verschijning van Jezus aan de discipelen in het gezelschap van Thomas. Nu, na 'het middagmaal' minacht de schrijver anderen zelfs. Of ik in déze Johannes en in de door hem naar voren gebrachte gebeurtenissen geloof? Ja en nee, ik geloof wel in de door hem beschreven Verschijning van Jezus aan Maria, maar in de andere door hem beschreven Verschijningen niet. Naar mijn idee is 'de Johannes' van Johannes 20-21 een geleerde, misschien een priester, die een paar eeuwen na de dood van Jezus de Verschijning aan Maria oppakt om vervolgens enkele andere Verschijningen te verzinnen die bruikbaar zijn om het instituut van de Kerk in haar bevoegdheden en handelen te legitimeren.
De consequentie dat het verhaal rond de ongelovige Thomas een verzonnen verhaal is van enkele eeuwen na Christus betreur ik, maar zomaar geloven lijkt een nogal dwingende exercitie van buitenaf. Eerst zien dan geloven is een uitstekend uitgangspunt. Het is echt mogelijk het Goddelijke waar te nemen en te ervaren. Tja, en wat Petrus betreft, hij is en blijft (zoals Mattheus 16 vermeld) de rots die het fundament vormt waarop de gemeenschap van gelovigen is gebouwd.

De Engelen achter me zijn nog steeds tevreden. De meerwaarde - blijkbaar over wat ik wel of niet als waar beschouw van Johannes 20-21 - heeft me overvallen. Geen seconde verwacht dat ik dit soort uitspraken zou doen; eigenlijk heb ik ook minder behoefte om me zo op te stellen. De lengte van wat ik naar aanleiding van onze reis naar Israël verhaal, vind ik nogal confronterend. Zeker met dit soort uitwijdingen rond de bijbel erbij en vooral omdat ik weet wat ik in Israël allemaal nog meer heb beleefd.
Mijn Ontmoeting met Jezus via het Bronpunt in de crypte van de Onze Lieve Vrouwebasiliek van Maastricht heeft de aanleiding gevormd om met Aad naar Israël te reizen.
Wat Maastricht betreft, ik snak ernaar mijn verdere wederwaardigheden aldaar uit de doeken te doen. Onderhand valt dit huidige verhaal te weinig onder de titel 'Maastricht', derhalve maak ik er een apart boek van: 2026 ISRAËL.
Bronnen
- Johannes 21. Op 5 en 6 maart 2026 van https://www.statenvertaling.net/bijbel/joha/21.html
- Mattheus 16. Op 7 maart 2026 van https://www.statenvertaling.net/bijbel/matt/16.html
- Quo vadis? Op 8 maart 2026 van https://nl.wikipedia.org/wiki/Quo_vadis%3F_(term)
---> 447 DE BERGREDEKERK - Inzichten
---> LIEFDE 2026 ISRAËL Inhoud