274 DE HOOGSTE GEZAGSDRAGER

De sleutel van de stad zal naar de hoogste gezagsdrager gaan.
De sleutel van de stad zal naar de hoogste gezagsdrager gaan.

HET RITUEEL VAN DE SLEUTELOVERDRACHT 

Thea-Warrior

 

Gedurende de eucharistie ligt de grote sleutel van de stad geduldig op een rood kussen te wachten. Aan het eind van de dienst worden de aanwezigen verzocht rustig op hun plek te blijven zitten. Blijkbaar vindt er een 'verkleedpartij' plaats waarbij de witte kazuifels uit gaan. De bisschop en overige heren komen terug in schitterende wijduitstaande koormantels: donkerrood fluweel en rijk goudborduursel. Voorafgegaan door twee wachters en enkele leden van de broederschap Les Damoiseaux wandelen ze door het middenpad naar buiten, de Place l'Évêque op, om publieke autoriteiten en delegaties van andere broederschappen te begroeten en ontvangen.

 

Voorafgegaan door een stoet middeleeuwse burgers (er zit zelfs een kruisboogschutter tussen) en de delegaties met hun vaandeldragers komt de groep korte tijd later de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal weer in. Een jonge page in het allermooiste blauw draagt het roodfluwelen kussen met de sleutel van de stad. Bijgestaan door het orgel, dat de kerk tot in zijn voegen en uiterste hoeken laat kreunen en trillen, zingt het kathedraalkoor 'À Toi la Gloire' (U zij de Glorie).

Bisschop Guy Harpigny en Paul-Olivier Delannois, de burgemeester van Doornik, stellen zich naast de reliekschrijn op. Nadat de burgemeester enkele woorden heeft gesproken, overhandigt de page het fluwelen kussen met de sleutel aan de bisschop. Symbolisch gezien is de bisschop door deze handeling de hoogste gezagsdrager in de stad. Met het kussen in zijn handen spreekt de bisschop enkele woorden. Als ik het me goed herinner heet hij iedereen welkom en beveelt hij de stad, haar inwoners en alle pelgrims in de aandacht van Onze-Lieve-Vrouw van Vlaanderen aan. Daarop legt hij, tot mijn verbazing, de sleutel voor de reliekschrijn van Notre-Dame Flamande neer. Wat een prachtig gebaar... hij draagt het van de burgervader verkregen hoogste gezag over in Haar handen... in de handen van de vrouwelijke, voedende, kant van het Goddelijke.

 

Ook in deze streek hebben kerkelijk leiders het lang geleden op alle gebieden voor het zeggen gehad. Als in de twaalfde eeuw de burgers van de gemeente Doornik meer in de pap te brokkelen krijgen, is de stadsmagistraat maar zeer beperkt bevoegd over de clerus. De laatsten bezitten vele rechten en vrijheden, en tot het eind van de 18de eeuw legt de Magistraat van Doornik zelfs elk jaar in de Sint-Vincentiuskapel van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal een eed af dat ze de verworven voorrechten van de Kerk van Doornik zullen naleven (Mariage, 2014).

In de huidige tijd zijn de gezagsverhoudingen tussen de kerkelijke en burgerlijk-staatsrechtelijke macht natuurlijk veranderd. Het Ritueel van de Sleuteloverdracht is een symbolisch ritueel geworden, maar het spreekt me bijzonder aan dat hier wordt onderkend dat wij-mensen de hoogste gezagsdrager niet zijn. Via dit ritueel wordt het Goddelijke - specifiek de vrouwelijke kant daarvan - erkend: "U zij de Glorie."

 

 

Na dit ontroerende ritueel steekt bisschop Harpigny een kaars naast de reliekschrijn aan: het licht brandt! De wens is vast dat het eerbetoon over mag komen en het inzicht bij de toeschouwers mag ontbranden. Vervolgens spreekt hij een gebed uit tot Onze-Lieve-Vrouw van Vlaanderen. Mooie woorden zitten erin, hij groet Haar namens alle christenen uit het diocees en namens de bedevaartgangers die elk hun eigen 'Maria' hebben meegebracht. Maar ook namens degenen met betraande ogen, zware lasten en andere moeilijkheden in het leven. Kortom zeker namens allen die lijden naar lichaam of ziel. 

Vervolgens verklaart bisschop Guy Harpigny, de toezichthouder van de Notre-Dame de Tournai, de Grote Processie van 2021 plechtig voor geopend, waarbij hij nogmaals iedereen in de aandacht van Onze-Lieve-Vrouw van Vlaanderen aanbeveelt. Tot slot herinnert hij eraan dat er een laatste optocht zal zijn waarbij eenieder Haar Zoon, Jezus Christus, zal ontmoeten. Na zijn woorden davert het Magnificat door de kathedraal... Alléluia, alléluia, alléluia. 

 

In de stad ruist het feest: iets verderop klinkt muziek. We gaan nog wat eten en drinken op het terras van Le Pinacle. Een wat oudere man aan een tafel naast me valt me op; hij schrijft met een vulpen in een soort dagboek. Het is geen gewoon schrijven maar met aandacht schoonschrijven. Op zijn tafel ligt een boek van Jean Verdun: La realité maçonnique. Wat is de werkelijkheid (praktijk) van de vrijmetselaars? Vrijwel onmiddellijk denk ik aan Philippe-Auguste Hennequin, die (in 1787) in Rome al lid werd van een vrijmetselaarsloge. Moet ik deze kennis bestuderen om zijn schilderij met Christine de Lalaing beter te kunnen duiden?

 

Ik spreek de man aan en vertel over het schilderij van Philippe-Auguste Hennequin over de verdediging van Doornik. Dat het energielijnenpatroon van de Kathedraal ten grondslag ligt aan de compositie van dit schilderij, dat het zich in het Hôtel-de-Ville zou bevinden en dat ik het zo graag zou zien. De man lijkt het schilderij niet te kennen (of ziet het in gedachten niet in het stadhuis hangen), maar hij vindt het boek van Jérémie Benoit over Philippe-Auguste Hennequin, dat ik bij me heb, zeer interessant. Hij stelt wat mensen te kennen en gaat zijn best voor me doen, maar dit weekend zal het niet lukken. Ik ben benieuwd wanneer en of ik van hem zal horen. Mijn man en ik drinken ons glaasje leeg en zoeken dan moe genoeg onze Camuche op.

 

Bronnen

- Mariage, F. (2014). Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Doornik. N. Plouvier - Maison du Tourisme de la Wallonie picarde.

 

---> 275 DE GROTE PROCESSIE - Getuigenis van Eeuwen Adoratie

---> LIEFDE 2021 CT Inhoud

---> QUEESTE

---> HOME