150 WAARHEIDZOEKERS

Tournai, 3 maart 2019 - HET DOKSAAL - foto van een afbeelding op de werfafscheiding aan de noordkant van de kathedraal.
Tournai, 3 maart 2019 - HET DOKSAAL - foto van een afbeelding op de werfafscheiding aan de noordkant van de kathedraal.

DE ZONDAAR EN DE ZUIVEREN

Thea-Warrior

 

De zonden, de deugden, het goed en het kwaad... deze dichotomieën hebben het bewustzijn van de mensen reeds millennia in hun greep. Wat is waar? En wie heeft het bij het rechte eind? Op de werfschutting hangt nog een frappante foto: de clerus komt vanuit het gotische koor via het doksaal de viering in. Ze zijn gekleed in bijna verblindend witte toga's en koorhemden. Voorop worden twee vaandels gedragen. In de rij staan twee personen nog wat hoger. Wie? Mogelijk de bisschop en een hulpbisschop of diaken. Mensen knielen eerbiedig neer. Wordt hier het begin van de grote septemberprocessie verbeeld?

De Garde staat klaar met lansen en hellebaarden. Ze dragen slanke zwaarden, mogelijk rapieren. Door hun donkerder kleding contrasteren ze met de witte kledij van de geestelijken. Beide groepen zullen niet direct de goeden en de kwaden verbeelden, toch wordt deze suggestie wel gewekt. Het beeld bovenop het doksaal van de Aartsengel Michael die Lucifer verslaat, werkt hieraan zeker mee. In zijn rechterhand heft Michael een enorm zwaard.

In de kathedraal is dit beeld trouwens niet meer op deze plek aanwezig. Jeroen Westerman (2016) vertelt dat het beeld uit 1763 van beeldhouwer Nicolas Lecreux eerst in het westwerk heeft gestaan; in de Michaelskapel. Op de plek waar zich nu onder de rosace het grote orgel bevindt, en dat het in 1807 op het doksaal is geplaatst om vervolgens sinds het begin van de twintigste eeuw ergens rond te zwerven. De energielijn van de Mantilius-poort - de witte - moet in principe door het doksaal gaan. Dit dien ik nog te checken.

 

Even terug; hoe zit het nu met de evangelietekst over Jezus en de blinde man, waaraan bisschop Eleutherius terugdenkt?

Op het wereldwijde web sla ik het nieuwe testament erop na: Johannes hoofdstuk 9. De tekst lezend is het wonder natuurlijk nummer een, maar wat me meer intrigeert, zijn de gebeurtenissen waarmee de voorheen-blinde wordt geconfronteerd, het proces waaraan hij wordt onderworpen: hij wordt gehoord, getoetst en betwijfeld; zijn ouders worden erbij gehaald en verhoord; hij wordt opnieuw bevraagd en er wordt getracht een suggestie in zijn mond te leggen; hij blijft overeind, zelfs in het volgende verhoor; hij stelt een confronterende vraag en doet pittige uitspraken, waarop hij - en volgens mij heeft hij geluk - wordt buitengesmeten.

In de hele vertelling toont zich een bijna wanhopig zoeken naar goed of fout, naar de waarheid, waarbij degene die of datgene dat niet in het bestaande plaatje past, wordt verwijderd. Het zit hem in de sabbatregel: dat op de sabbat de mens zich van alle arbeid dient te onthouden. Overtreden van deze regel staat gelijk aan het begaan van een zonde. Een door mensen geformuleerde en aangehangen regel wordt verheven tot absolute eis. Daarenboven zit het hem in het uitgangspunt 'Wij hebben het bij het juiste eind, wij zijn de goeden!' Blijkbaar ontstaat door zo'n axioma een gevaar op aarde. 

 

Af en toe een beetje in mijn eigen woorden hierbij de evangelietekst van JEZUS EN DE BLINDGEBOREN MAN 

Onderweg zien Jezus en zijn discipelen een man die vanaf zijn geboorte blind is. Zijn discipelen bevragen Hem of de man of zijn ouders gezondigd hebben waardoor de man blind is geboren. Jezus antwoordt dat noch de man noch ouders gezondigd hebben, maar dat de man blind is opdat de werken Gods in hem geopenbaard kunnen worden. Jezus stelt dat Hij de werken van God bij dag moet doen, en dat de nacht zal komen dat niemand werken kan: "Zolang Ik in de wereld ben, zo ben Ik het Licht der wereld."

Nadat hij dit heeft gezegd, spuugt Hij op de aarde, maakt slijk van het speeksel en strijkt dit op de ogen van de blinde man.

"Ga heen, en was u in het badwater Siloam."

De blinde doet wat hem gezegd wordt en kan zien.

 

De mensen uit de omgeving praten over de gebeurtenis. De voorheen-blinde vertelt wat hem is overkomen, maar hij kan hen niet vertellen waar Jezus nu is. Hierop brengen mensen hem naar de Farizeeën. En laat het nu de sabbat zijn waarop Jezus het slijk heeft gemaakt en de blinde de ogen heeft bestreken, zeg maar 'geopend'!

De Farizeeën ondervragen de voorheen-blinde, en hij geeft eerlijk antwoord. Sommige Farizeeën stellen dat Jezus niet van God kan zijn omdat hij de sabbat niet heeft onderhouden. Anderen vragen zich af hoe een mens, die een zondaar is, tot zulke tekenen in staat is. Aldus ontstaat er tweedracht. Ze bevragen de voorheen-blinde wat hij van Jezus vindt, aangezien Jezus zijn ogen heeft geopend. En de voorheen-blinde zegt: "Hij is een profeet."

Daarop wordt betwijfeld of de voorheen-blinde wel blind is geweest en ze halen zijn ouders erbij. Op de aan hen gestelde vragen bevestigen de ouders dat de voorheen-blinde hun zoon is en dat hij blind is geboren. Op vragen over het feit dat hij nu kan zien, durven ze niet te antwoorden, immers ze zijn bang voor de Joden omdat ze weten dat de Joden mensen die zeggen dat Jezus de Christus is uit de synagoge bannen, dus verwijzen ze naar hun zoon om de antwoorden te geven. 

 

Opnieuw wordt de zoon bevraagd, en de ondervragers zeggen: "Geef God de eer; wij weten dat deze mens een zondaar is."

De voorheen-blinde antwoordt: "Of hij een zondaar is, weet ik niet. Een ding weet ik, ik was blind en nu kan ik zien."

Hij wordt bevraagd naar het wat en hoe. Maar de voorheen-blinde kan niet meer antwoord geven dan hij al heeft gedaan en hij vraagt of zij ook discipelen van Jezus willen worden. 

Ze schelden de voorheen-blinde uit en nemen stelling: "Jij bent Zijn discipel, wij zijn discipelen van Mozes. Wij weten dat God tot Mozes heeft gesproken, maar we weten niet waar Hij vandaan komt."

De voorheen-blinde reageert dat er wat wonderlijks is geschied, want zij weten niet waar Jezus vandaan komt, maar dat Hij hem nochtans wel de ogen heeft geopend. De voorheen-blinde stelt dat God zondaars niet hoort, maar godvruchtige mensen die Zijn wil doen wel. In geen eeuwen heeft iemand een blindgeborene de ogen geopend, als Jezus niet van God is, zou Hij niets hebben kunnen doen. De Farizeeën gooien de voorheen-blinde naar buiten met de woorden: "Je bent geheel in zonden geboren en meent ons te kunnen leren!?"

 

Als Jezus hoort dat de voorheen-blinde is buitengeworpen, zoekt en vindt Hij hem en zegt: "Geloof je in de Zoon van God?"

De voorheen-blinde antwoordt: "Wie is Hij, Heer, opdat ik in Hem mag geloven?"

Jezus zegt: "Je hebt Hem gezien, en Die met je spreekt, Die is het."

Waarop de voorheen-blinde reageert met: "Ik geloof, Heer."

En vervolgens aanbidt hij Hem.

En Jezus zegt: "Ik ben tot een oordeel in deze wereld gekomen, opdat degenen die niet zien, mogen zien, en opdat degenen die zien, blind worden."

Enkele Farizeeën die bij Hem zijn, horen dit, en ze vragen: "Zijn wij dan ook blind?"

En Jezus zegt: "Als jullie blind zouden zijn, zouden jullie geen zonden hebben, maar nu jullie zeggen 'Wij zien', zo zullen jullie zonden blijven."

 

Een mooi verhaal, maar wat een moeilijke inhoud in die laatste zinnen. Iets begrijp ik van het geheel; de sabbat, de zevende dag rust... het is zinvol. Het is goed om op die dag terug te kijken naar de voorbije dagen, wees dankbaar, maar rigiditeit in de toepassing van regels is blijkbaar niet het juiste. Waar slaan die laatste zinnen op? Staat er dat degenen die twijfelen, onzeker zijn en vragen... dat aan hen de kennis gegeven zal worden? En dat zij die menen dè Waarheid in pacht te hebben, dat zij daarmee zondigen, en als blinde paarden ronddolen op de wereld!?

Luidt de opdracht 'Erkennen dat je dè Waarheid niet in pacht hebt'? Nou dat is niet zo moeilijk; als minus-, minus-, minuscule stippen in het Heelal heeft niemand hier op Aarde de Waarheid in pacht. De mens Jezus zou hierop de uitzondering zijn!? Tja, waarom niet!? Hij is de mens die vanuit het aller-, aller-, allerhoogste etherisch-spirituele niveau op Aarde geïncarneerd is.

 

Terwijl ik dit schrijf, komt telkens Marko Pogačnik me voor de geest. In 1998 schrijft hij 'Erdsysteme und Christuskraft', een boek dat in 1999 de Nederlandse titel 'Evangelie van het hart' krijgt. Ten behoeve van dit boek heeft Marko evangelieteksten bestudeerd en het etherisch weefsel - aarde, water, vuur en lucht - afgetast. Hij concludeert dat de vuuretherlaag instort als er teksten in staan waarbij de hoge inspiratie, waarmee de werken en het prediken van Jezus begeleid zijn, afwezig zijn. Over de aarde-etherlaag schrijft hij in dit geval dat deze over de letters begint te zwemmen alsof de teksten hun aarding hebben verloren: niet meer betrokken zijn op het leven, maar beladen door de intellectualistische ideeën.

Dit gebeurt mij met de zinnen aan het eind van het verhaal. Tot en met 'En vervolgens aanbidt hij Hem' is de hele tekst van een enorme zachtheid, ook waar het de contacten met de Farizeeën betreft, maar de laatste regels zijn hard. Jezus lijkt opeens op zichzelf te reflecteren, zichzelf groot te maken; hij wordt een oordelaar, dreigt met blindwording voor degenen die zien en dat zij die zeggen dat ze zien... dat hun zonden blijven. Het klopt niet! Wat mij betreft zijn dit later toegevoegde woorden, door iemand die heeft gemeend daar baat bij te hebben.

 

Dan vraag ik me nog af of dat helen van die blindheid een fysieke aangelegenheid is geweest of meer mentaal-spiritueel; dat iemand die eerst blind was de Waarheid heeft leren zien!? Waarschijnlijk allebei; de blinde heeft geluisterd naar Jezus en is zijn beslijkte ogen gaan wassen: hij heeft waarde gehecht aan Jezus als profeet en Zoon van God.

Het zou handig zijn als Jezus nog eens zou langskomen. Aankomen, bedoel ik, gewoon aankloppen en binnenkomen. Het is al goed, ik laat het hierbij; etherisch contact is hartverwarmend genoeg. Ik ga verder in het vertrouwen dat het allemaal ooit duidelijk zal worden, meer dan mijn best doen, zit er niet in... laat ik opgewekt verdergaan.

 

Bronnen

- Johannes 9. Op 19 december 2020 van https://www.statenvertaling.net/bijbel/joha/9.html

Pogačnik, M. (1999). Evangelie van het hart - Veranderingsprocessen in mens en aarde. Zeist: Indigo.

Westerman, J. (2016). De Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Doornik: onafhankelijkheidsmonument voor een bisdom. De Erfgoeduitgeverij. Pdf gedownload op 10 december 2020 van https://openaccess.leidenuniv.nl/handle/1887/44809 

  

---> 151 DE WESTFAÇADE - Restauratieperikelen

---> LIEFDE 2020 CT Inhoud

---> QUEESTE

---> HOME